| 14 maart 2004 | Massa-sterfte van Noordse Stormvogels in de zuidelijke Noordzee | Download als pdf-file (253 KB) |
| 12 oktober 2004 | Massa-sterfte van Noordse Stormvogels - vervolg |
| Download als pdf-file (253 KB) | 14 maart 2004 |
in de zuidelijke Noordzee |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
J.A. van Franeker, Alterra - Texel
Postbus 167, 1790 AD Den Burg (Texel) Tel: 0222-369724 E-mail: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In de laatste week van februari 2004 begon in de zuidelijke Noordzee een verhoogde sterfte van Noordse Stormvogels. Inmiddels is er sprake van een echte "Fulmar-wreck" waarin zeker duizenden stormvogels zijn omgekomen. Massastrandingen werden gemeld van de Belgische en noord-Franse kust. De Windbreker uit Petten raapte op 25 en 26 februari 15 stormvogels voor het onderzoek op Alterra, en van tal van andere locaties stroomt het materiaal binnen. Ook van Engelse en Duitse stranden worden verhoogde aantallen slachtoffers gemeld. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Besmeuring van de veren met olie of andere rommel lijkt geen directe rol te spelen, in ieder geval niet meer dan bij 'normale' sterfte in februari/maart. Alle vogels waren zeer sterk vermagerd, met volledig opbruikte vetreserves en sterk ingeteerde spieren. Afwijkend van het normale feb/mrt patroon is dat maar liefst veertien van de vijftien vogels vrouwtjes bleken, op één na allemaal volwassen. Voor analyse van de herkomst van de vogels zijn veel meer metingen nodig. Voorlopige resultaten wijzen niet op een sterk afwijkende winterpopulatie: een groot aandeel donkere kleurfases of kleine vogels zou kunnen wijzen op een ongebruikelijk hoge instroom van vogels uit het hoge noorden: Zeer opmerkelijk is dat een groot deel van de vogels de rui van slag- en staartpennen niet heeft afgemaakt. Gezonde vogels hebben hun rui in februari al lang voltooid. Eerst ruien de slagpennen en als die ongeveer driekwart klaar zijn, dan volgt de staart. Onvolwassen vogels starten vroeg in het seizoen en zijn tegen het eind van de zomer klaar. Volwassen dieren kunnen pas beginnen als het eind van het broedseizoen nadert (zie de lijnen in de figuur), maar ook zij zijn tegen december klaar. Rui vraagt veel energie van vogels, en bij problemen wordt de rui vertraagd of zelfs stopgezet. In onze lange termijn gegevens (cirkels in de figuur) wordt bij de winterslachtofferss nooit de gemiddelde eindscore van 70 bereikt, omdat er altijd een klein aantal vogels tussen zit dat de rui niet heeft kunnen afmaken. In de huidige massa-sterfte is dat dus in extreme mate het geval. Driekwart van de vogels heeft het ruiproces vertraagd of afgebroken. Het stadium waarin dat is gebeurd, wijst er op dat deze vogels al tenminste vier tot vijf maanden voor hun dood in de problemen verkeerden!
De huidige massasterfte lijkt niet te zijn ingezet door acute voedseltekorten, vervuilingsincidenten, slecht-weer periodes of plotselinge ziektes. De problemen van deze vogels stammen al vanaf tenminste de herfst, of waarschijnlijk eerder. Broedresultaten van diverse soorten zeevogels op de Schotse eilanden waren in 2003 ronduit slecht (Seabird Group Newsletters 95 en 96). Dit viel samen met tekorten aan zandspiering. Relatief gezien waren resultaten van Noordse Stormvogels niet zo erg slecht, maar mogelijk wordt extra inspanning tijdens het broeden nu afgestraft. De huidige situatie suggereert dat de voedselomstandigheden rond de broedgebieden nog steeds slecht zijn. Bij de Noordse Stormvogel blijven volwassen broedvogels normaal een groot deel van de winter in de nabijheid van de kolonies om geregeld het nest te bezoeken. Vrouwtjes nemen daarbij een minder belangrijke rol in, en dat zou kunnen verklaren dat het nu vooral volwassen vrouwtjes zijn die op zoek naar betere voedselomstandigheden de zuidelijke Noordzee zijn ingetrokken. Langdurige noordwester stormen in februari hebben daar misschien wel aan bijgedragen, maar gezien het 'gebrek' aan mannetjes lijkt dat meer een keuze dan een moeten. Helaas bleek de zuidelijke Noordzee géén redding te brengen. Mogelijk voedseltekort, aanhoudend slecht weer, hogere niveaus van vervuiling, al dat soort zaken kan daar een rol in spelen. De gevonden vogels hadden gemiddeld ca. 25 stukjes plastic in de maag, en een enkeling brokken paraffine-achtig materiaal. Dat is niet ongewoon in onze regio, maar zeker niet positief voor het opbouwen van een goede conditie. Zeevogel-wrecks hebben vaak iets van Murphy's Wet. Als er eenmaal iets mis gaat, dan gaat alles mis, en dat lijkt ook op te gaan voor de huidige massasterfte van de Noordse Stormvogel. Veel mogelijke factoren spelen een aanvullende rol in de zuidelijke Noordzee, maar de oorsprong van de problemen bestaat al langer en ligt in andere gebieden. Deze voorlopige interpretaties zijn gebaseerd op een nog kleine monstername van alleen de Nederlandse kust. Opmerkelijk is bijvoorbeeld een Franse rapportage over twee vogels in goede conditie en met volle magen aanspoelden (Phil Cannesson, in lit.). In het Save the North Sea project zullen uit verschillende regio's zoveel mogelijk vogels worden onderzocht, waarover later uitgebreid gerapporteerd zal worden. Veel dank is verschuldigd aan alle mensen die al tellingen en vogels hebben ingestuurd. Hierbij het verzoek om NSO tellingen te blijven opsturen naar Kees Camphuysen en stormvogels te blijven verzamelen voor het onderzoek op Alterra (hoeven niet 'vers' te zijn; wel moeten maag/ingewanden nog aanwezig zijn). Deze rapportage is ook in Engelse vertaling beschikbaar op zeevogelgroep.nl, de website van de NZG.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Klik voor vergroting op de foto's. |


| Naar Algemene informatie | Home | Naar Onderzoek |