ATLANTIC SEABIRDS

Contents and abstracts issue 4(1)
published March 2002

 

Titels, abstracts en Nederlandse samenvattingen

Heaney V., Ratcliffe N., Brown A., Robinson P & Lock L. 2002. The status and distribution of European Storm-petrels Hydrobates pelagicus and Manx Shearwaters Puffinus puffinus on the Isles of Scilly. Atlantic Seabirds 4(1): 1-16.

 

This paper describes the first comprehensive survey of the distribution and abundance of breeding European Storm-petrels Hydrobates pelagicus and Manx Shearwaters Puffinus puffinus on the Isles of Scilly. Diurnal tape playback of vocalisations was used to survey those islands in the archipelago on which birds had previously been reported breeding and to search others with suitable habitat. The total breeding population of Storm-petrels was 1475 Apparently Occupied Sites and of Manx Shearwaters 201 Apparently Occupied Burrows. These numbers are of regional importance for both species and the numbers of Storm-petrels are internationally important. Storm-petrel breeding distribution was restricted to rat-free outer islands, but some Manx Shearwater colonies were found on islands with rats and also feral cats. The role of eradication and control of mammalian predators in the conservation of petrels on the Scilly Isles is discussed.

 

Status en verspreiding van Stormvogeltje Hydrobates pelagicus en Noordse Pijlstormvogel Puffinus puffinus  op de Scilly Eilanden Dit artikel beschrijft de resultaten van de eerste uitgebreide inventarisatie naar de verspreiding en aantallen van broedende Stormvogeltjes en Noordse Pijlstormvogels op de Scilly Eilanden. Eilanden, waar uit het verleden meldingen van broedende vogels bekend zijn, werden geïnventariseerd door het overdag afspelen van respectievelijk de mannelijke purr-roep van Stormvogeltje en de roep van mannelijke en vrouwelijke Noordse Pijlstormvogels. Deze methode werd tevens gebruikt om andere eilanden met geschikt habitat te inventariseren. De totale broedpopulatie van Stormvogeltje bedroeg 1475 blijkbaar bezette nestplaatsen (AOS, gedefinieerd als iedere holte waaruit gereageerd werd op het afspelen van de roep) in 11 kolonies (tabel 1). Op 17 onderzochte eilanden werden geen Stormvogeltjes aangetroffen (tabel 2). De totale broedpopulatie van Noordse Pijlstormvogel bedroeg 201 blijkbaar bezette nestholen (AOB) verdeeld over zes eilanden (tabel 3). Voor beide soorten zijn deze aantallen van regionaal belang. De aantallen Stormvogeltjes zijn bovendien van internationaal belang. De verspreiding van broedende Stormvogeltjes was beperkt tot de ratvrije eilanden. De bescherming van Stormvogeltje op de Scilly Eilanden is gericht op het voorkomen dat ratten deze ratvrije eilanden koloniseren. Sommige kolonies van Noordse Pijlstormvogel werden gevonden op eilanden met ratten en verwilderde katten. Bescherming van de Noordse Pijlstormvogel is gericht op het gedurende het broedseizoen binnen de perken houden van predatoren rond de kolonies. De invloed van predatie door meeuwen op de populaties van beide stormvogels zou in kaart gebracht moeten worden. De egel tenslotte is een recent geïntroduceerde predator, waarvan uitbreiding voorkomen dient te worden.

 

Rothery P., Harris M.P., Wanless S., & Shaw D.N. 2002. Colony size, adult survival rates, productivity and population projections of Black-legged Kittiwakes Rissa tridactyla on Fair Isle. Atlantic Seabirds 4(1): 17-28.

 

The numbers of Black-legged Kittiwakes Rissa tridactyla on Fair Isle, Shetland, Scotland declined at a rate of approximately 6% per annum between 1987 and 1999. Breeding success over this period was extremely variable but averaged 0.81 young reared per completed nest. Average annual survival of adults between 1986 and 1996 was 86.0% with no significant annual differences. Survival in 1997 (51.6%) was significantly lower and preliminary estimates for 1998 suggested that survival was again low. Using our empirical data for adult survival and breeding success, we estimated a 20% survival from fledging to recruitment and an age of first breeding of 4-5 years. Incorporating these values into a simple population model indicated that the Fair Isle colony will decline by a further 13-48% over the next three seasons.

 

Koloniegrootte, overleving van volwassen vogels, productie en populatievoorspellingen van Drieteenmeeuwen op Fair Isle Het aantal broedparen van Drieteenmeeuwen op Fair Isle (Shetland Eilanden, Schotland) nam van 1987 tot 1999 af met 6% per jaar. Het broedsucces in deze periode was buitengewoon variabel maar bedroeg gemiddeld 0.81 jongen per afgebouwd nest. De overleving van volwassen vogels in de jaren 1986-1996 bedroeg 86% per jaar, zonder dat er significante verschillen tussen de jaren konden worden gevonden. De overleving in 1997 (51.6%) was echter significant lager en ook de voorlopige schattingen voor 1998 suggereren dat de overleving relatief laag was. Op grond van de in dit artikel gepresenteerde gegevens werd de overleving van jongen (tussen uitvliegen en recrutering in de broedpopulatie op een leeftijd van 4-5 jaar) geschat op 20%. Gebruik makend van een eenvoudig populatiemodel voorspellen de auteurs dat de kolonie op Fair Isle gedurende de komende drie seizoenen met nog eens 13-48% zal afnemen.

 

Oosterhuis R. & Van Dijk K. 2002. Effect of food shortage on the reproductive output of Common Eiders Somateria mollissima breeding at Griend (Wadden Sea). Atlantic Seabirds 4(1): 29-38.

 

Following a food-induced major mortality of Common Eiders Somateria mollissima in the Dutch Wadden Sea in winter and spring 1999/2000, the reproductive output at Griend was evaluated in comparison with previous seasons. In 2000, the number of breeding pairs showed a decline of 38% and female Common Eiders commenced breeding some 2-3 weeks later than in three previous years. Mean clutch size in 2000 (4.6 eggs clutch-1) was similar to 1999 (4.9 eggs clutch-1), but the hatching probability declined from 0.41 in 1999 to 0.18 in 2000. In 2000, the majority of the nests were deserted prior to hatching, often a few weeks after incubating had started. The number of chicks hatched in 2000 was only a quarter of that in 1999. Observations elsewhere in the Dutch Wadden Sea indicated similar poor breeding results. We suggest that a food shortage in winter and spring was the principal cause for the low reproductive output of Common Eiders in 2000. Adult females probably failed to accumulate sufficient energy stores needed for their prolonged fast during laying and incubation.

 

Gevolgen van voedselschaarste in de Wadenzee op de broedpopulatie van de Eider Somateria mollissima op Griend Nadat in de winter van 1999/2000 ongeveer 21 000 Eiders Somateria mollissima in de Nederlandse Waddenzee door verhongering waren gestorven, werd het broedsucces op Griend bepaald en vergeleken met gegevens uit eerdere jaren. In 2000 daalde het aantal broedparen ten opzichte van het piekjaar 1999 met 38%. De wijfjes begonnen 2 tot 3 weken later te broeden dan in normale jaren. De gemiddelde legselgrootte (4.6 eieren per nest) week niet af van die in voorgaande jaren (4.8 in 1997, 4.2 in 1998, 4.9 in 1999), maar de uitkomstkans van de legsels daalde van 41% in 1999 naar 18% in 2000. In 2000 werden veel nesten voortijdig verlaten, vaak enkele weken nadat met het broeden was begonnen. We denken dat de ongunstige voedselsituatie in de Waddenzee de meest waarschijnlijke verklaring is voor de gevonden verschillen. Helaas werd het broedsucces alleen in de kleine kolonie op Griend bepaald. Minder exacte gegevens uit andere delen van de Waddenzee laten overigens dezelfde trend zien. We pleiten voor het starten van een monitoringproject binnen het Nestkaartenproject van SOVON om het broedsucces op meerdere locaties jaarlijks vast te stellen