N Z G   Nieuws

14 maart 2004 Massa-sterfte van Noordse Stormvogels in de zuidelijke Noordzee Download als pdf-file (253 KB)
12 oktober 2004 Massa-sterfte van Noordse Stormvogels - vervolg  

Download als pdf-file (253 KB) 14 maart 2004

Massa-sterfte van Noordse Stormvogels
in de zuidelijke Noordzee

 
J.A. van Franeker, Alterra - Texel
Postbus 167, 1790 AD Den Burg (Texel)
Tel: 0222-369724
E-mail:
 

In de laatste week van februari 2004 begon in de zuidelijke Noordzee een verhoogde sterfte van Noordse Stormvogels. Inmiddels is er sprake van een echte "Fulmar-wreck" waarin zeker duizenden stormvogels zijn omgekomen. Massastrandingen werden gemeld van de Belgische en noord-Franse kust. De Windbreker uit Petten raapte op 25 en 26 februari 15 stormvogels voor het onderzoek op Alterra, en van tal van andere locaties stroomt het materiaal binnen. Ook van Engelse en Duitse stranden worden verhoogde aantallen slachtoffers gemeld.
In samenwerking met de NZG wordt bij Alterra langlopend onderzoek uitgevoerd naar zwerfvuil in de magen van dood gevonden stormvogels. Met steun van de EU (Interreg IIIB) is het onderzoek vanaf 2002 uitgebreid naar alle landen rond de Noordzee met het doel de maaginhouden als graadmeter te gebruiken voor zwerfvuil. De stormvogel vormt het symbool van het 'Save the North Sea' zwerfvuilproject (zie www.savethenorthsea.com/fulmars).
Dankzij het lange termijn onderzoek is het mogelijk om de massa-sterfte nader te onderzoeken. Verwerking van al het materiaal uit de uitpuilende vriezers zal nog geruime tijd vragen. Voor een eerste indruk is snel onderzoek verricht aan vijftien kadavers, te weten acht vogels van de Noord-Hollandse kust (Windbreker; 26 februari) en zeven van Zeeuwse stranden (RIKZ, 1-5 maart). Ondanks de kleine monstername zijn een aantal boeiende voorlopige resultaten te melden. De belangrijkste zijn samengevat in onderstaande tabel die een vergelijking maakt tussen de vogels die 'normaal' in februari en maart op onze kust aanspoelen, en de huidige massasterfte.


  feb-mrt 1982-2001
(n=186)
feb-mrt 2004
(n=15)
toelichting
% uitwendig besmeurd 43 % 33 % met olie en/of bv paraffine
gem. conditie-score 1.8 1.1 schaal 0 (vermagerd) tot 9 (zeer goed)
% volwassen 63 % 93 % op basis geslachtsorganen
% vrouw 66 % 93 % op basis geslachtsorganen
% donkere kleurfases 11 % 13 % donker = hoog noordelijk
gem. koplengte vrouw 91.9 mm 90.6 mm kleiner = noordelijker
% in slagpenrui (gem.score) 8 % (99.7) 60 % (97.4) volledig geruid: score=100
% in staartrui (gem.score) 20 % (62.6) 73 % (32.3) volledig geruid: score=70

Besmeuring van de veren met olie of andere rommel lijkt geen directe rol te spelen, in ieder geval niet meer dan bij 'normale' sterfte in februari/maart. Alle vogels waren zeer sterk vermagerd, met volledig opbruikte vetreserves en sterk ingeteerde spieren. Afwijkend van het normale feb/mrt patroon is dat maar liefst veertien van de vijftien vogels vrouwtjes bleken, op één na allemaal volwassen. Voor analyse van de herkomst van de vogels zijn veel meer metingen nodig. Voorlopige resultaten wijzen niet op een sterk afwijkende winterpopulatie: een groot aandeel donkere kleurfases of kleine vogels zou kunnen wijzen op een ongebruikelijk hoge instroom van vogels uit het hoge noorden: Zeer opmerkelijk is dat een groot deel van de vogels de rui van slag- en staartpennen niet heeft afgemaakt. Gezonde vogels hebben hun rui in februari al lang voltooid. Eerst ruien de slagpennen en als die ongeveer driekwart klaar zijn, dan volgt de staart. Onvolwassen vogels starten vroeg in het seizoen en zijn tegen het eind van de zomer klaar. Volwassen dieren kunnen pas beginnen als het eind van het broedseizoen nadert (zie de lijnen in de figuur), maar ook zij zijn tegen december klaar. Rui vraagt veel energie van vogels, en bij problemen wordt de rui vertraagd of zelfs stopgezet. In onze lange termijn gegevens (cirkels in de figuur) wordt bij de winterslachtofferss nooit de gemiddelde eindscore van 70 bereikt, omdat er altijd een klein aantal vogels tussen zit dat de rui niet heeft kunnen afmaken. In de huidige massa-sterfte is dat dus in extreme mate het geval. Driekwart van de vogels heeft het ruiproces vertraagd of afgebroken. Het stadium waarin dat is gebeurd, wijst er op dat deze vogels al tenminste vier tot vijf maanden voor hun dood in de problemen verkeerden!



VOORLOPIGE CONCLUSIE

De huidige massasterfte lijkt niet te zijn ingezet door acute voedseltekorten, vervuilingsincidenten, slecht-weer periodes of plotselinge ziektes. De problemen van deze vogels stammen al vanaf tenminste de herfst, of waarschijnlijk eerder. Broedresultaten van diverse soorten zeevogels op de Schotse eilanden waren in 2003 ronduit slecht (Seabird Group Newsletters 95 en 96). Dit viel samen met tekorten aan zandspiering. Relatief gezien waren resultaten van Noordse Stormvogels niet zo erg slecht, maar mogelijk wordt extra inspanning tijdens het broeden nu afgestraft. De huidige situatie suggereert dat de voedselomstandigheden rond de broedgebieden nog steeds slecht zijn. Bij de Noordse Stormvogel blijven volwassen broedvogels normaal een groot deel van de winter in de nabijheid van de kolonies om geregeld het nest te bezoeken. Vrouwtjes nemen daarbij een minder belangrijke rol in, en dat zou kunnen verklaren dat het nu vooral volwassen vrouwtjes zijn die op zoek naar betere voedselomstandigheden de zuidelijke Noordzee zijn ingetrokken. Langdurige noordwester stormen in februari hebben daar misschien wel aan bijgedragen, maar gezien het 'gebrek' aan mannetjes lijkt dat meer een keuze dan een moeten. Helaas bleek de zuidelijke Noordzee géén redding te brengen. Mogelijk voedseltekort, aanhoudend slecht weer, hogere niveaus van vervuiling, al dat soort zaken kan daar een rol in spelen. De gevonden vogels hadden gemiddeld ca. 25 stukjes plastic in de maag, en een enkeling brokken paraffine-achtig materiaal. Dat is niet ongewoon in onze regio, maar zeker niet positief voor het opbouwen van een goede conditie. Zeevogel-wrecks hebben vaak iets van Murphy's Wet. Als er eenmaal iets mis gaat, dan gaat alles mis, en dat lijkt ook op te gaan voor de huidige massasterfte van de Noordse Stormvogel. Veel mogelijke factoren spelen een aanvullende rol in de zuidelijke Noordzee, maar de oorsprong van de problemen bestaat al langer en ligt in andere gebieden.

Deze voorlopige interpretaties zijn gebaseerd op een nog kleine monstername van alleen de Nederlandse kust. Opmerkelijk is bijvoorbeeld een Franse rapportage over twee vogels in goede conditie en met volle magen aanspoelden (Phil Cannesson, in lit.). In het Save the North Sea project zullen uit verschillende regio's zoveel mogelijk vogels worden onderzocht, waarover later uitgebreid gerapporteerd zal worden.

Veel dank is verschuldigd aan alle mensen die al tellingen en vogels hebben ingestuurd. Hierbij het verzoek om NSO tellingen te blijven opsturen naar Kees Camphuysen en stormvogels te blijven verzamelen voor het onderzoek op Alterra (hoeven niet 'vers' te zijn; wel moeten maag/ingewanden nog aanwezig zijn).

Deze rapportage is ook in Engelse vertaling beschikbaar op zeevogelgroep.nl, de website van de NZG.

Aantalsverloop en ruimtelijke spreiding van de massastranding zal worden bijgehouden op de NSO-pagina: http://home.planet.nl/~camphuys/fulmarwreck.htm.
 

  Klik voor vergroting op de foto's.
Klik voor vergroting
Onafgemaakte slagpenrui bij Noordse Stormvogel, 26 feb 2004. Alle slagpennen zijn weliswaar gewisseld, maar de buitenste pennen zijn niet volgroeid. Bij volledige voltooide rui is de buitenste slagpen het langst, een stadium dat bij gezonde vogels al voor de winter wordt bereikt.
Foto J.A. van Franeker
Klik voor vergroting
Onderbroken staartrui bij Noordse Stormvogel, 26 feb 2004. Deze staart toont een mix van geheel of bijna geheel volgroeide nieuwe staartpennen, en een aantal niet geruide oude pennen (gesleten, buitenvlag bruin verkleurd). Staartrui volgt op slagpenrui. Normaal is de staartrui voltooid in december, zelfs in laat ruiende broedvogels.
Foto J.A. van Franeker

Kan geciteerd worden als:
Van Franeker, J.A. 2004. Massa-sterfte van Noordse Stormvogels in de zuidelijke Noordzee. Nieuwsbrief NZG 5(2):6-7.
Van Franeker, J.A. 2004. Fulmar wreck in the southern North Sea: preliminary findings. British Birds 97: 247-250.



Massasterfte Noordse Stormvogels 2004
vervolg
De massasterfte van Noordse Stormvogels in maart 2004 was geconcentreerd in de zuidelijke Noordzee, met de hoogste dichtheden slachtoffers in België, noord-Frankrijk, zuid-Engeland, Nederlands en Duitsland. Maar grote aantallen werden tot in zuid-Noorwegen aangetroffen. Dankzij het EU Interreg IIIb project "Save the North Sea (SNS)" zijn inmiddels dissecties uitgevoerd op honderden Noordse Stormvogels uit het gehele Noordzeegebied. De resultaten bevestigen de eerdere voorlopige bevindingen: de sterfte treft voornamelijk volwassen vrouwtjes en vele gevallen van vertraagde of stopgezette rui geven aan dat de vogels al vanaf het najaar 2003 onvoldoende voedsel konden vinden. Structurele voedseltekorten voor zeevogels werden in de zomer van 2004 bevestigd door dramatisch slechte broedresultaten van vele soorten in Schotse kolonies. De stranding van maart kreeg een vervolg in de periode mei-juni 2004. Onder de slachtoffers diverse vrouwtjes die net een ei hadden gelegd, of soms zelfs nog een volledig ei in de eileider hadden zitten. Veel vogels vertoonden extreme slijtage aan het verenkleed. Tijdens een in september gehouden SNS-workshop is besloten om zoveel mogelijk gegevens bijeen te brengen voor een latere overzichtspublicatie van de sterfte. Vanaf september-oktober 2004 lijkt opnieuw verhoogde sterfte plaats te vinden. Gevonden stormvogels blijven welkom op Alterra-Texel voor zowel het onderzoek aan plastics in de magen, als het gedegen registreren van de ongebruikelijke sterfte.

Jan Andries van Franeker, Alterra-Texel, Postbus 167, 1790AD Den Burg (Texel). tel. 0222-369724 e-mail: Jan.vanFraneker@wur.nl


  Klik voor vergroting op de foto's.
klik voor vergroting Volledig ontwikkeld ei in een door Dirk Kuiken in Friesland gevonden Noordse Stormvogel.
klik voor vergroting Extreme slijtage aan het verenkleed van een in Skagen (Denemarken) aangespoelde stormvogel.
klik voor vergroting Save the North Sea Fulmar Study workshop 2004. Belgische collega's Eric Stienen en Wouter Courtens verrichten dissectie op de ca 140 stormvogels die op de Belgische en noord Franse kust werden verzameld.
wreckSNStable.gif

Naar Algemene informatie Home Naar Onderzoek